MUSCULI

Als een lokale weefselbeschadiging niet de nodige actieve of passieve bescherming krijgt zal er een regionale bescherming optreden. Met de natuur wordt nu eenmaal niet onderhandeld. Diverse spiergroepen gaan dan onwillekeurig aanspannen teneinde het ergste te voorkomen. Muscle bracing, défence musculaire zijn dan gekende termen. Deze spierproblemen kunnen ook blijven bestaan na het helen ven het originele letsel. Dr. Janet Travell en Dr. David Simons (hij was ooit op bezoek in de Bewegingspraktijk) hebben er hun levenswerk van gemaakt deze problematiek en de daarbij horende aanpak te beschrijven. Garvey bewees het resultaat van dergelijke aanpak.simons bezoekt BP

Ook hier geeft het veldenmodel weer aan of we met een regionaal probleem geconfronteerd worden. Tevens zal duidelijk worden of een patiënt na een lokale overbelasting (weefselschade) zijn gedrag al dan niet heeft aanpast. 

Problemen ontstaan echter wanneer dit beschermingsmechanisme blijft aanhouden, ook nadat door natuurlijk herstel, het lokale letsel geheeld is. Het beschermend mechanisme kan dan zelf de oorzaak worden van functiestoornissen en van pijn. Progressief zullen centrale regelmechanismen worden beïnvloed.

Binnen deze context dient ook het Cinderella- of Assepoester-syndroom (Göran Hägg) gezien te worden. Vaststelling van dit fysiologisch fenomeen heeft geleid tot de uitwerking van de 20-minutenregel. De cultuur werkt volgens uren, de natuur volgens blokjes van 20 minuten. Een hele aanpassing, zeker voor chronische patiënten. De regel werd door de meeste patiënten zo vaak obsessioneel toegepast dat we een ‘tweede generatie’ 20-minutenregel hebben ontwikkeld. We hebben een en ander dus bijgesteld. Praktijk vòòr theorie!

Meer praktische info onder het laatste tabblad OPLEIDINGEN.

 

“© copyright – Jan b Eyskens – 2014”